Soepelere regels voor wie na faillissement in de sector aan de slag wil

21.10.2016

Minister van Economie Kris Peeters wil het beroepsverbod wegens faillissement voor verzekeringstussenpersonen en bemiddelaars in hypothecair krediet in de tijd beperken en bestuurders niet langer gelijkstellen met gefailleerden. BZB stelde zijn kabinet en de FSMA eerder uitdrukkelijk de vraag om de betreffende bepalingen aan te passen, aangezien ze voor tal van tussenpersonen een feitelijk beroepsverbod instellen. 


WAAROVER GAAT HET?

Eind vorig jaar werd aan de wet betreffende de verzekeringen toegevoegd dat wie een inschrijving in het register van verzekeringstussenpersonen wil krijgen én behouden, niet failliet mag zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen. Deze bepaling werd ook toegevoegd aan de inschrijvingsvoorwaarden voor hypothecaire kredietbemiddelaars. Probleem is dat de wetgever bestuurders en zaakvoerders van een failliet verklaarde vennootschap gelijk heeft gesteld met een gefailleerde. Aangezien er voor een vennootschap geen eerherstel mogelijk is, geldt een levenslang beroepsverbod voor deze personen. 

WAT HEEFT BZB GEDAAN?
  • BZB heeft minister Peeters en de FSMA op de hoogte gesteld en gewezen op de onbedoelde effecten van deze nieuwe bepalingen. 
  • BZB heeft een verzoek tot vernietiging van de bepalingen gevraagd voor het Grondwettelijk Hof.
     
WAT GAAT PEETERS DOEN?

BZB is blij dat minister Peeters de beslissing van het Grondwettelijk Hof niet afwacht en al de nodige actie onderneemt. Hij laat in een persbericht weten dat:

  • de inschrijvingsvoorwaarde versoepeld zal worden in die zin dat er geen beroepsverbod meer kan zijn als het faillissement al dateert van meer dan 10 jaar voor de inschrijving;
  • de gelijkstelling van de bestuurders en de zaakvoerders met de gefailleerde zal worden opgeheven.

 

Lees hier het persbericht van minister Kris Peeters