Regels na faillissement versoepeld


Wie ooit bestuurder was in een failliet verklaarde vennootschap, kon niet aan de slag als bemiddelaar in verzekeringen en/of in hypothecair krediet. Nadat BZB gelijk kreeg voor het Grondwettelijk Hof, zijn de bepalingen nu ook tenietgedaan in de wet.

 

WAAROVER GAAT HET?

Eind vorig jaar werd aan de wet betreffende de verzekeringen toegevoegd dat wie een inschrijving in het register van verzekeringstussenpersonen wilde krijgen én behouden, niet failliet mocht zijn verklaard tenzij eerherstel werd verkregen. Deze bepaling werd ook toegevoegd aan de inschrijvingsvoorwaarden voor hypothecaire kredietbemiddelaars. Probleem was dat de wetgever bestuurders en zaakvoerders van een failliet verklaarde vennootschap gelijk stelde met een gefailleerde. Aangezien er voor een vennootschap geen eerherstel mogelijk is, gold een levenslang beroepsverbod voor deze personen. 
 

WAT HEEFT BZB GEDAAN?
 

  • Grondwettelijk Hof

BZB vroeg het Grondwettelijk Hof vorig jaar om de bepalingen in de wet op de verzekeringen met betrekking tot een beroepsverbod om reden van faillissement te vernietigen wegens strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel. Het Grondwettelijk Hof gaf BZB begin april gelijk in een arrest.

  • Wetswijziging

BZB heeft de FSMA en minister Peeters op de hoogte gesteld en gewezen op de onbedoelde effecten van deze nieuwe bepalingen – zowel voor verzekeringen als voor hypothecair krediet –, waarop deze meteen alles op alles zette om ze in de wet teniet te doen. De wetswijziging werd op 24 april in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.