Gedragscode tussen kredietinstellingen en zelfstandige bankagenten


De kans is klein dat u er nog niet van gehoord heeft: 12 juli 2017 was een historische dag voor BZB. Er werd die dag immers een gedragscode ondertekend tussen BZB/Fedafin en Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector. Deze gedragscode beoogt de goede relaties tussen kredietinstellingen en hun agenten en wil op die manier bijdragen tot een gezond ondernemingsklimaat tussen een principaal en zijn agentennet. We vroegen de mensen van BZB en Fedafin die aan de onderhandelingstafel zaten om wat meer uitleg.

 

Wat is de aanleiding geweest voor deze gedragscode?

Albert Verlinden: de aanleiding voor de gedragscode was de zware herstructurering die ING begin oktober vorig jaar aankondigde. Alle aandacht ging naar de statutaire medewerkers van de bank, er was absoluut geen enkele aandacht voor de situatie van de zelfstandige agenten, dit terwijl er werd aangekondigd een volledig net van zelfstandigen op te doeken. Op initiatief van Carine Vansteenbrugge, directeur BZB, werd een open brief geschreven waarbij we de ministers opriepen om aandacht te hebben voor de situatie van de zelfstandige bankagenten die als geen ander de gevolgen van de besparingen in de banksector ondervinden, maar nergens als stakeholder worden erkend en al zeker niet door de politiek.

BZB had al vele malen op de deuren van de politici geklopt om maatregelen te nemen om de rechten van de agenten te verbeteren. We vroegen onder andere bijkomende bescherming in de wet op de handelsagentuur en nieuwe regels voor de werking van de paritaire overlegorganen. Maar een belangrijke eis was dat agenten die een nieuwe agentuurovereenkomst ondertekenen vooraf de nodige uitgebreide informatie ontvangen met betrekking tot het contract, de strategie en het distributiebeleid van de bank. De wet die daarin voorziet voor handelsagenten uit andere sectoren werd niet van toepassing gemaakt op de bank- en verzekeringsagenten. Met de open brief werden we voor het eerst gehoord en de ministers Peeters en Borsus hebben zich geëngageerd om de situatie van de zelfstandige bank- en verzekeringsagenten te verbeteren.

Maar er is toch geen wetswijziging gebeurd?

Carine Vansteenbrugge: neen. Er waren twee mogelijke pistes. Eén was proberen een wetswijziging door het parlement te jagen wat heel wat tijd in beslag zou nemen en waarvan de uitkomst onzeker was. Of twee een gedragscode sluiten met de banken zelf. Met steun van de ministers zagen we een vlugger en directer resultaat te halen via het sluiten van een gedragscode met Febelfin. Voorwaarde daarvoor was natuurlijk dat ook Febelfin bereid was om aan de onderhandelingstafel te komen zitten. Met wat overtuiging en natuurlijk de goede relatie met Febelfin en de banken in het algemeen zijn we erin geslaagd om op korte termijn tot een gedragscode te komen, wat in het huidige landschap van herstructureringen absoluut noodzakelijk was.

Staat in die gedragscode dan alles wat BZB wou bekomen?

Albert Verlinden: neen, uiteraard niet. Onderhandelen betekent dat beide partijen water in de wijn hebben gedaan. We hebben ook prioriteiten moeten stellen. Belangrijk voor ons was het engagement van de banken zelf om de bankagenten bijkomende rechten te geven. Een voorbeeld: de wet op de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten is nog steeds niet van toepassing op de bankagenten doch de banken hebben zich via deze gedragscode geëngageerd om de agenten of kandidaat-agenten de informatie te geven die de wet voorziet, voordat ze een contract ondertekenen.

Carine Vansteenbrugge: de wet voorziet een sanctie in geval van niet-naleving en dat is in deze gedragscode niet voorzien. Maar de kredietinstellingen kunnen de gedragscode niet zomaar naast zich neerleggen. Er is bovendien een evaluatie van de naleving van de gedragscode voorzien na één jaar. Mochten zich hier zware problemen stellen, dan kan er nog altijd een wetswijziging gebeuren. We zijn er evenwel van overtuigd dat de banken de gedragscode zullen naleven.

Op welke punten is de gedragscode vernieuwend?

Jean-Pol Guisset: voor ons was het essentieel dat de kandidaat-bankagent over alle relevante informatie beschikt om met kennis van zaken een handelsagentuurcontract af te sluiten.

Over welke informatie hebben we het dan concreet?

Jean-Pol Guisset: het betreft informatie op twee vlakken. Enerzijds vragen we dat de bank een ontwerp van handelsagentuurovereenkomst voorlegt. Daar staat dan de informatie in over commissiebarema’s, exclusiviteit, terbeschikkingstelling van infrastructuur, aansprakelijkheid en concurrentiebedingen. Anderzijds moet de agent in staat zijn om zich een oordeel te vormen of de zaak, die hij wenst over te nemen, winstgevend zal zijn. Daartoe zal de bank hem inzage moeten verlenen in de de historiek en de vooruitzichten van de markt waarin de activiteiten worden uitgeoefend en in de commerciële strategie. Evenals informatie in verband met het marktaandeel van het netwerk, een overzicht van het aantal zelfstandige bankagenten en het aantal overeenkomsten dat werd beëindigd. Ook de verkoopcijfers van de vorige agent evenals een overzicht van de nodige investeringen om de zaak duurzaam uit te bouwen moeten worden meegedeeld.  Daartoe werd een precontractuele informatieplicht in het leven geroepen.

Dit lijkt toch gevoelige informatie. Zullen de banken deze info wel willen geven? 

Jean-Pol Guisset: er werd voorzien in een strikte geheimhouding met betrekking tot deze informatie. Het gaat de banken hier niet om de handelsagentuurovereenkomst zelf of om cijfermateriaal van het over te nemen kantoor, maar vooral over strategische informatie die ze confidentieel willen houden.  

De gedragscode is er gekomen naar aanleiding van de reorganisatie van het netwerk bij heel wat banken. In welke mate voorziet de gedragscode op dit punt verbetering?

Albert Verlinden: ook dit is echt vernieuwend. De wet Renault kan niet zomaar worden uitgebreid naar de zelfstandige agenten. Daar moet een heel proces voor worden doorlopen en is het akkoord van de sociale partners nodig. Met deze gedragscode hebben we toch bekomen dat indien de principaal een netto inperking inplant van 15% of meer van het netwerk van kantoren, uitgebaat door bankagenten en dit in een periode van 1 jaar, de principaal de agenten moet informeren via een representatieve vertegenwoordiging die de bankagenten van de betrokken bank in hun schoot hebben aangeduid of via een overkoepelende representatieve vereniging van bankagenten met name BZB en Fedafin.

Welke info moet worden gegeven?

Jean-Pol Guisset: de bank moet laten weten hoeveel agentschappen worden geviseerd, wat de reden is voor de herstructurering, wat de contractuele afspraken zijn met betrekking tot portefeuillevergoedingen of uitwinningsvergoedingen en welke maatregelen de principaal overweegt om de negatieve gevolgen van de herstructurering voor de bankagenten te beperken. Het is van belang dat de agent zo snel mogelijk weet waar hij en zijn medewerkers aan toe zijn.

Schuilt hier geen gevaar in dat de bank net onder de 15% blijft of inperking van het net voorziet gespreid over meer dan één jaar?

Carine Vansteenbrugge: vergeet niet dat er een evaluatiecommissie wordt opgericht waarin naast vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen ook vertegenwoordigers van beide ministers zetelen.

Werden er ook bepalingen in de gedragscode opgenomen die betrekking hebben op hoe de banken met hun agenten omgaan?

Albert Verlinden: ook hier werden toch een aantal bijkomende garanties voor de agenten in de gedragscode opgenomen. Zo wordt voorzien dat de bank bij opzeg van de agentuurovereenkomst het niet betwiste gedeelte van de uitwinningsvergoeding uitbetaalt binnen een redelijke termijn en ten laatste drie maanden nadat er een overeenstemming is over het niet betwiste gedeelte van de uitwinningsvergoeding. Misschien nog belangrijker is dat de banken erkennen dat, als de wettelijke voorwaarden daartoe vervuld zijn, zij desgevallend een bijkomende schadevergoeding dienen te betalen bij de verbreking van de handelsagentuurovereenkomst. Indien van toepassing, engageren de banken zich de betaling ervan binnen een redelijke termijn te verrichten. 

Carine Vansteenbrugge: belangrijk zijn ook de bijkomende engagementen met betrekking tot de werking van het paritair overlegorgaan die in de gedragscode zijn opgenomen. Nu is voorzien in de wet dat de gedetailleerde agenda vooraf aan de agentenvertegenwoordigers moet worden bezorgd. Daar is nu bijgekomen dat ook de betreffende documenten, die het voor de leden van het paritair overlegorgaan mogelijk moeten maken om welbewust beslissingen te nemen, vooraf moeten worden overgemaakt. Enkel in uitzonderlijke gevallen, wanneer de dringende noodzakelijkheid dit verhindert, moet dit niet gebeuren. Ook belangrijk is dat de agentenvertegenwoordigers de contactgegevens van de agenten die zij vertegenwoordigen bekomen en hen kunnen raadplegen over de wijzigingen die overwogen worden in het kader van het overleg.

Tot slot?
Albert Verlinden en Jean-Pol Guisset:
we nodigen andere beroepsverenigingen uit om toe te treden tot deze gedragscode. Het kan alleen maar ten goede komen aan de zelfstandige bankagenten.

Albert Verlinden

Carine Vansteenbrugge

Jean-Pol Guisset