Beroepsverbod om reden van faillissement - BZB wint zaak voor Grondwettelijk Hof


BZB vroeg het Grondwettelijk Hof vorig jaar om de bepalingen in de wet op de verzekeringen met betrekking tot een beroepsverbod om reden van faillissement te vernietigen wegens strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel. Het Grondwettelijk Hof heeft BZB nu gelijk gegeven in een arrest.

 
Waarover gaat het?
In de wet betreffende de verzekeringen werd bepaald dat wie een inschrijving in het register van verzekeringstussenpersonen wou krijgen én behouden, niet failliet mocht zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen. Probleem was dat de wetgever bestuurders en zaakvoerders van een failliet verklaarde vennootschap gelijk stelde met een gefailleerde. Aangezien geen eerherstel mogelijk was voor een vennootschap, gold een levenslang beroepsverbod voor deze personen. Het Grondwettelijk Hof heeft de betreffende bepalingen nu vernietigd.   
 
Gevolgen voor verzekeringstussenpersonen
Het arrest heeft voor de verzekeringstussenpersonen tot gevolg dat bestuurders (en daaraan gelijkgestelde personen) van een eerder failliet verklaarde vennootschap niet langer getroffen zijn door het beroepsverbod inzake verzekeringsbemiddeling. Werd uw aanvraag bij de FSMA geweigerd omwille van bovenvermelde reden, neem dan contact met ons op via annelien@bzb.be

Gevolgen voor kredietbemiddelaars
De betreffende bepalingen werden ook toegevoegd aan de inschrijvingsvoorwaarden voor hypothecaire kredietbemiddelaars. Daartegen kon geen verzoek tot vernietiging meer worden ingesteld. BZB heeft daarom zowel bij minister Peeters en de FSMA gelobbyd om deze bepalingen te wijzigen. Deze wijzigingen zitten in de pijplijn.
 
Lees de communicatie van de FSMA